Wat is het effect van spelintegratie in de wiskundelessen op de leerprestaties omtrent hoofdrekenen in Grade 5 te Zuid-Afrika?

Hieronder vindt u de conclusie van mijn bachelorproef terug. Indien u geprikkeld bent, dan kan u de bachelorproef terugvinden onder het tabblaadje 'PDF'. Het op maat gemaakte spelboek kan u terugvinden onder 'Spelboek'.

--

Als we al het cijfermateriaal dat in deze thesis vooraf ging naast elkaar gaan leggen, dan is het onmiskenbaar
om te zeggen dat spelintegratie wel degelijk een positief effect heeft op de leerprestaties omtrent
hoofdrekenen.

Zo is het klasgemiddelde omtrent het gemaakte aantal oefeningen van de testklas met maar liefst 21%
toegenomen. Dit wil zeggen dat de leerlingen van gemiddeld 36 gemaakte oefeningen van de 80 naar een
gemiddelde van 54 oefeningen zijn gegaan op vijf weken tijd. De snelheid waarmee de leerlingen oefeningen
oplossen is dus met 1/5 toegenomen.

Uiteraard zegt snelheid alleen ons niets, een kind kan namelijk 80 oefeningen van de 80 invullen zonder er
ook maar één correct te hebben. Ook daar kunnen we een positieve evolutie zien, waarbij het
klasgemiddelde van het aantal gegeven correcte antwoorden is gestegen met 4%. Dit wil zeggen dat de
leerlingen niet enkel meer oefeningen maken op eenzelfde tijd, maar dat deze leerlingen daarbovenop nog
een klein beetje effectiever te werk gaan en minder fouten maken. De leerlingen wenden dus sneller de
correcte oplossingstrategie aan en moeten minder lang nadenken over de correcte oplossing van een
oefening. Bij de 6 leerlingen waarbij er toch een daling te zien is in het aantal gegeven correcte antwoorden,
blijven er 5 leerlingen echter onder de marge van -2% zitten. Dit wil zeggen dat zij op x-aantal meer
oefeningen slechts 1 fout extra hebben gemaakt. Nagenoeg verwaarloosbaar dus.

Spelintegratie heeft dus een positieve effect op de leerprestaties van de leerlingen. Er echter zomaar een
spel tegenaan gooien omdat het leuk lijkt, dat werkt dan weer niet. Zoals in mijn bachelorproef beschreven
zijn er meerdere zaken waarmee er rekening gehouden moeten worden (DULVAFT) vooraleer een spel nuttig
kan zijn in de leeromgeving van een kind. Een spel dat gewoon ‘leuk’ is, kan af en toe gebruikt worden als
tussendoortje, maar je moet er eigenlijk altijd wel doelen aan koppelen die relevant zijn voor wat jij als
leerkracht wil bereiken. Daarnaast moet je ook altijd goed nadenken over je spelopzet, een spel dat veel te
moeilijk lijkt voor de leerlingen zal minder snel zorgen voor resultaten dan een spel waarbij de leerlingen
meteen begrijpen wat er moet gebeuren. Hiervoor leent gamification zich dan weer heel erg.

Als laatste probeerde ik jullie ook te overtuigen dat het niet altijd een ‘en-en’ scenario moet zijn. Af en toe
het werkblaadje laten vallen en met de leerlingen een volledig lesuur aan de slag gaan met spelvormen is
even effectief gebleken en geeft meer motivatie aan de leerlingen om de opdracht tot een goed einde te
brengen. Na het voorleggen van de gevonden resultaten aan de directrice, Ellen Lovemore, de onderdirectrice
en mijn wiskunde-compaan, Nina Claasen en de klasleerkrachte, Mary-Lou Emslie, heeft de
stageschool dan ook besloten dat spelintegratie van groot belang is om het gemiddelde en het tempo van de
leerlingen in deze school omhoog te trekken. Op de algemene vergadering, die iedere maandagochtend
plaatsvind, heeft Ellen Lovemore de collega’s dan ook aangesproken en aangespoord om met spelvormen
aan de slag te gaan in wiskundelessen, maar ook in andere vakken. Heatherbank heeft aan de hand van deze
resultaten gezien dat spelintegratie daadwerkelijk bevorderlijk is, zowel voor de leerprestaties als voor het
zelfvertrouwen en het welbevinden. Al is dit laatste niet onderzocht en puur uit observaties afgeleid.

Maak jouw eigen website met JouwWeb